Katinka Polderman kachelt door
Afgelopen vrijdag, cultuurcentrum Westrand waar Vlamingen thuis zijn. Ik genoot voor 339 mooie franken van een avond Katinka Polderman. Mijn papa had mij vorig jaar getipt en mijn papa heeft smaak. Katinka heeft trouwens ook smaak: ze is fan van Kommil Foo en liet gisteren op Radio 1 Madrid draaien, een van mijn mooiste ondraaglijke lichtheden van het bestaan.
Ik hou wel van Katinka's stijl. Ze schetst zichzelf als de losbandige single die ze vorig jaar was ('maar nu niet meer hoor, het was een fase') in een marginaal café in Den Bosch dat zo in Aalst had kunnen staan. Ze vertelt en de scène komt tot leven voor mijn ogen, haar anekdoten zijn raak. Soms zelfs in één zin: 'Ik denk dat ik allergisch ben aan leer, ik heb altijd zo'n hoofdpijn als ik wakker word met mijn schoenen nog aan.' En ze is grappig, heb ik al gezegd dat ze grappig is? Ze is grappig.
In mijn vrije tijd kan ik soms de redacteur in mij niet op stand-by zetten (opbouw, samenhang) en vooral bij Nederlandstalig cabaret zit de taal- en letterkundige in mij regelmatig kritisch te neuten. Katinka aaide hen echter over het bolletje tot ze aan haar voeten lagen te spinnen, de sletten. Als je dan toch wil gaan rijmen in liedjes, doe het dan goed of sterf een semi-onbehaaglijke dood. (Ik stel me voor dat vermoord worden door een taal- en letterkundige semi-onbehaaglijk moet zijn.) Katinka mag blijven leven: 'Hoe zou het nog zijn met Tanzania? Je hoort er niks meer van, ook niet via-via.' De redacteur in mij knikt goedkeurend als ze merkt dat de voorstelling samenhangt, als details uit de ene anekdote als clou terugkeren in de andere. Niet alleen mag Katinka geen semi-onbehaaglijke dood sterven, ook wens ik haar veel inspiratie toe voor de volgende show, want die ga ik kijken. Zo ben ik wel.
Ik hou wel van Katinka's stijl. Ze schetst zichzelf als de losbandige single die ze vorig jaar was ('maar nu niet meer hoor, het was een fase') in een marginaal café in Den Bosch dat zo in Aalst had kunnen staan. Ze vertelt en de scène komt tot leven voor mijn ogen, haar anekdoten zijn raak. Soms zelfs in één zin: 'Ik denk dat ik allergisch ben aan leer, ik heb altijd zo'n hoofdpijn als ik wakker word met mijn schoenen nog aan.' En ze is grappig, heb ik al gezegd dat ze grappig is? Ze is grappig.
In mijn vrije tijd kan ik soms de redacteur in mij niet op stand-by zetten (opbouw, samenhang) en vooral bij Nederlandstalig cabaret zit de taal- en letterkundige in mij regelmatig kritisch te neuten. Katinka aaide hen echter over het bolletje tot ze aan haar voeten lagen te spinnen, de sletten. Als je dan toch wil gaan rijmen in liedjes, doe het dan goed of sterf een semi-onbehaaglijke dood. (Ik stel me voor dat vermoord worden door een taal- en letterkundige semi-onbehaaglijk moet zijn.) Katinka mag blijven leven: 'Hoe zou het nog zijn met Tanzania? Je hoort er niks meer van, ook niet via-via.' De redacteur in mij knikt goedkeurend als ze merkt dat de voorstelling samenhangt, als details uit de ene anekdote als clou terugkeren in de andere. Niet alleen mag Katinka geen semi-onbehaaglijke dood sterven, ook wens ik haar veel inspiratie toe voor de volgende show, want die ga ik kijken. Zo ben ik wel.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home